CareX stelt zich ten doel om leegstand te vervangen door maatschappelijk, zinvol gebruik. Leegstand is nergens goed voor, tijdelijke bewoning en tijdelijke werkruimte voegen waarde toe aan de samenleving. Op deze blog verschijnen regelmatig reportages over opmerkelijk gebruik van de panden van CareX. De artikelen zijn geschreven door Albert-Jan Bosch. (boschrijft)



http://www.carex.nl/



woensdag 30 maart 2011

Foto's op CareXtoria

Ralf Onvlee fotografeert de panden en bewoners die op CareXtoria worden beschreven.

Studeert aan de Fotoacademie.
Kent CareX van binnen en van buiten.
Is goed in cijfers. Duikt graag in diepe wateren.
Trekt graag naar verre streken. Heeft een goed oog voor details.
Observeert goed en drukt af op het juiste moment.
Kortom, fotograaf met potentie. Houdt blog bij over zijn fotografie.
Zoekt nog modellen. Moet wel een turner of vechtsporter zijn.
Kan ook twitteren.
Stond ook nog in Volkskrant Magazine met foto van De Toekomst.
Komt er wel.

Voor meer Ralf: bekijk zijn blog.

maandag 14 maart 2011

Trefkoel: trefpunt van kunstenaars

 

Kijk hier voor meer foto's van de Trefkoel

Bij Paddepoel denk je niet meteen aan kunstenaars en ateliers. Toch is daar  een plek waar de kunst zich samenbalt. In de Trefkoel, het oude wijkcentrum met bibliotheek en kerkzaal beheert CareX de  veelsoortige ruimtes. Het gebouw staat tussen het winkelcentrum en een woonwijk. Bewoners lopen via de patio van de Trefkoel naar het winkelgebied. Ik zoek tevergeefs naar de ingang. Als ik zijn 06 bel, staat in mum van tijd Wouter Nijland voor mijn neus. Hij is hoofdbewoner en zal mij rondleiden. ‘Een grand tour,’ zoals hij het noemt. Maar eerst koffie. De sleutel die aan een koord om zijn nek hangt, zal hij nog bij veel deuren gebruiken vanmiddag. De eerste deur die hij voor mij opent leidt naar zijn woonvertrek.

 
Niet pluis

Aanvankelijk was het op dit binnenplein niet pluis, vertelt Wouter. Onder de overkapping stonden drugsgebruikers en hun dealers. De scootertjes reden af en aan. Samen met de wijkagent heeft Wouter ze voortdurend aangesproken en met zachte dwang weten weg te krijgen. ‘Zo konden de vrouwelijke bewoners na een avondje stappen veilig hun woning binnenkomen.’ Voor de buurt was het ook prettig te merken dat de tijdelijke bewoning van de Trefkoel de verloedering van het gebied tegenhield. De opknap beurt die de pandbewoners aan de gevel gaven, viel ook in goede aarde bij de buren. Ze poetsten de graffiti weg  en gaven de grote wandoppervlakken een frisse kleur. Eigenaar Nijestee liet de vele kapotte ruiten vervangen. Nu staat het complex er weer strak bij. Wouter speelt met het idee een open ateliermiddag te organiseren, later in het jaar.

Kunst in de kerk

Als de koffie gedronken is, neemt hij mij mee naar de voormalige kerkzaal. Met de stichting HaViK is recentelijk in de grote ruimte iets moois gerealiseerd. Met twee-en-half meter hoge schotten is de zaal opgedeeld in halfopen werkplaatsen. Zo’n zes kunstenaars kunnen hier aan het werk. Alles is zo gemaakt dat het makkelijk op te pakken valt en elders weer op te bouwen is. Enkele plekken zijn al in gebruik. CareX,  HaViK en de gemeente hebben dit initiatief gezamenlijk ondernomen om meer ateliers in de stad te krijgen. Wouter vertelt over een plan om een gastkunstenaar onderdak en werkruimte te bieden in de Trefkoel. Alles past in Wouters ideaal om kunstenaars met elkaar in contact te brengen. Het samenbrengen is goed voor de inspiratie en uitwisseling van ideeën en middelen. Bij de verbouw is gedacht aan de grote materialen die soms nodig zijn voor de kunstwerken; de bestaande deuren zijn vergroot door boven de ingang een opklapbaar schot te monteren.

Torrentverbod

De sleutel aan het nekkoord wordt weer gebruikt voor de deur die toegang geeft tot de trap naar de eerste verdieping. Aan de westkant van de Trefkoel wonen zo’n dertig mensen in de voormalige kantoren. De gang is lang, elke deur is opgepimpt met attributen en posters. Halverwege hangt een router, met talloze internetkabels. ‘We hebben een netwerk, een van de bewoners is daar goed in, maar er heerst wel een torrentverbod, anders ligt het systeem voortdurend plat.’ In een wc-blok is de douche gemaakt. Een loodgietende medebewoner heeft een stortdouche geïnstalleerd. Aan het eind van de gang is het ketelhuis. De enorme kachel moet elke week bijgevuld worden om de juiste waterdruk te houden. Vanuit de stookruimte dalen we een trap af en we staan weer op het plein.

Artistieke rust en inspiratie

Wouter laat zien hoe netjes de gevel er na de verfbeurt uitziet. In het zuidelijke deel van de Trefkoel zit de kunstenaar Salustiano Martha. Samen gluren we door de ramen naar binnen. Grote beelden staan opgesteld. Hier worden  workshops gehouden, ook voor buurtgenoten, vertelt Wouter. Heel anders dan in de tijd voordat CareX het beheer overnam van een kraakwacht. De deels ook gekraakte Trefkoel was jarenlang een troosteloze, onrustige plek. Nu heersen er artistieke rust en inspiratie.
Wouter neemt mij mee naar zijn werkruimte. Waar ooit de bibliotheek zat, is nu het domein van meerdere kunstenaars ontstaan. Twee schilders en een decorontwerper delen de ruimte. Elk vertrek ademt een eigen sfeer uit. De decorontwerper heeft rekken vol kledingstukken en rekwisieten. De ateliers van de twee schilders staan vol doeken, schildersezels en werktafels vol kwasten, verftubes en schetsen. Aan de wanden hangen werken die klaar zijn. Wouter laat enkele van zijn doeken zien en legt uit hoe hij te werk gaat. Van zijn werk kan hij nog niet leven. Hij zoekt naar zijn stijl. Door de ruimte en de lage kosten kan hij dat in alle rust doen. Hij experimenteert en keurt nog regelmatig dingen af.

nieuwbouw op oude grond

De grand tour sluiten we af in de vertrekken van ontwerpstudio die Marc Petstra en Jack Brandsma delen. Jack is interieurontwerper. Zijn felgekleurde lampen en trendy kapstokken met magneetophanging domineren de presentatieruimte. De houten blokkasten en stoeltjes zijn van Marc, de andere vormgever. Jack toont zijn ontwerpen die hij maakt voor de woontoren die gepland is op de plek van de Trefkoel. Met verwijzingen naar het oude verleden van Paddepoel (een oude terp) bedacht hij het ontwerp voor ornamenten die de balkons zullen gaan sieren, als hij zijn opdrachtgevers kan overtuigen. In de werkplaats werkt hij aan de presentatiemodellen.
Ik vraag of het niet vreemd is bezig te zijn met het ontwerp van de nieuwbouw. Dat betekent immers dat de ruimtes van Jack, Wouter en de anderen verdwijnen zullen. Als antwoord krijg ik een mooie levensles. ‘‘Wij zijn niet bezig met hoeveel tijd we nog hebben om hier te zitten, maar we kijken naar hoelang we hier hebben kunnen werken en leven.’ Jack weet waar hij het over heeft: al tien jaar gebruikt hij als studio tijdelijke ruimtes. ‘De eerste duizend euro hoef ik niet te factureren,’ rekent hij voor als we het over de lage kosten hebben.

Wouter leidt mij naar de uitgang van de Trefkoel. Hij roemt nog een keer de kruisbestuiving die hier heerst. De voorbeelden van artistiek hergebruik lijken oneindig aan de Zonnelaan. Aan het eind van de middag loop ik door winkelcentrum Paddepoel met mijn hoofd vol verhalen en beelden terug naar mijn auto. Het contrast met de Trefkoel kan niet groter zijn. Bij Paddepoel denk ik vanaf nu vooral aan kunst.

 

http://www.trefkoel.org/
http://www.salustianomartha.nl/
http://www.jackbrandsma.com/#fresh
http://www.acmemodel.nl
http://cultuuringroningen.blogspot.com/2010/04/bewoners-knappen-gezamenlijk-de.html
http://www.wijkraadpaddepoel.nl/aktiviteiten/agenda/details/1729-doe-mee-dagen-atelier-zonneschijn.html

dinsdag 1 maart 2011

Integer creatief bezig zijn in de Oude Drukkerij

Mijn auto parkeer ik aan de kade van de Oosterhamrikkade. Tegelijkertijd arriveert Hielke op zijn fiets, gehuld in een regenjas. ‘Zet hem maar op de binnenplaats, anders krijg je een bekeuring,’ roept hij tegen de wind in. Snel rij ik door de poort naar binnen en ren, plassen ontwijkend, de parkeerplaats over. Hielke opent de deur van de oude drukkerij en verontschuldigt zich voor de binnentemperatuur. Als de drukkerij niet gebruikt wordt door theatermakers of kunstenaars staat de verwarming uit. Maar in de studio is het beter, belooft hij. Hielke gaat me voor door deuren en gangetjes. En inderdaad:de gaskachel heeft de kou verdreven.

Studio

We staan in een vertrek dat dient als studio. Hielke begeleidt bandjes bij hun demo-opname of cd om te wennen aan het spelen in een studio en aan de akoestiek. Vol plezier vertelt Hielke hoe hij zijn materiaal regelt. De balkjes die het raamwerk van de tussenwand vormen, hield hij over aan de sloop van een wandje op de zolder boven de drukkerij. De wandplaten kreeg hij van een bedrijf voor een fles Berenburg. Houten stellingplanken uit het magazijn van nummer 7 gebruikte hij om ramen geluidsdicht te maken. Wij lopen een smal afgetimmerd deel van de studio in. ‘Kijk, hier kan ik door dit raam de muzikanten zien als zij spelen.’ De werktafel staat vol met opnameapparatuur, geluidsboxen, podiummonitoren en speakerstandaarden. Kabels en microfoons liggen gerangschikt naast de computer. ‘Deze wand is geïsoleerd en kan makkelijk weggehaald bij vertrek.’ Hielke vertelt dat hij direct zag dat hij de studio goed kon gebruiken als muziekruimte, als ontvangstruimte of werkplaats voor schilderen of fotografie. Hij verbouwde het zo dat hij de plek flexibel kan benutten. Het kostte hem weinig geld. ‘Ik doe alles met hergebruik van spullen. Met minder geld meer doen. Een dweil en stofzuigerzakken is het enige dat ik gekocht heb en de rest heb ik gekregen. Zo ben ik begonnen met niks.’

UMCG

Hielke realiseerde vanaf 2008 in De Oude Drukkerij (DOD) een plek voor zichzelf en voor anderen. De bedrijfsruimte werd gebruikt door het UMCG als huisdrukkerij. Op nummer 7, het buurpand, kwam dagelijks voorraad voor het ziekenhuis binnen. Vrachtwagens brachten die middelen naar het ziekenhuisterrein. Uiteindelijk kwam er een centraal en groter magazijn op een beter bereikbare plaats en kwamen Oosterhamrikkade 5, 7 en 9 vrij.

 
 
Repetitieruimte

Bij CareX meldden zich mensen voor repetitieruimte in DOD. CareX zocht iemand om dit in goede banen te leiden. Zo werd begin 2008 Hielke benaderd als programmeur en beheerder. In het begin kwam er veel toneel, Jonge Harten en Noorderzon. Hielke wist de Popacademie Leeuwarden en Hanzehogeschool te interesseren voor de ruimte. Hij maakt dan een afspraak met de juiste persoon daar, en laat zien wat mogelijk is in DOD. ‘Ik heb daar enorm de swing aangegeven, omdat ik een enthousiaste boy ben.’ Ook BK050 , Grand Theatre en de RUG (theaterwetenschappen) maken gebruik van de locatie.

Voor het repeteren en opvoeren zijn twee vloeren beschikbaar. De begane grond, witgeverfd, oogt industrieel met de tien betonnen pilaren, systeemplafond, elektrische leidingen, ontelbare stopcontacten en granitovloer. De Papierzolder heeft een houten vloer, muren van rode bakstenen en balken die het dak ondersteunen. Het is onverwarmd, maar dat doet niets af aan de intieme sfeer. Zelfs als Hielke het tl-licht aanklikt – ‘Daar mist nog een tl-bak, maar dat komt wel’ - blijft het knus voelen. Bij een sloop regelde hij die bakken. ‘Het is uniek om dit te kunnen doen, met niets. Zo rommel ik de boel bij elkaar, ik ga ervan uit dat het niets kost. Met mijn 31 jaar oude Volvo met rechte laadvoer, knor ik zo alles bij elkaar.’ Met zijn enthousiasme weet hij binnen te komen bij gebouwen die onttakeld worden, ritselt hij stoeltjes en tafeltjes. Zo kwam hij zelfs aan een twaalfdelig podium.

De ruimtes worden voor diverse kunstuitingen gebruikt. Bijvoorbeeld als poppodium. De Oude Drukkerij draaide mee in het Rocketride to Grunn City-festival in januari met singer-songwriters. Augustus wordt gereserveerd voor het Noorderzonfestival. Ook andere kunstvormen vonden in De Oude Drukkerij een podium. Diverse afstudeerprojecten van de Popacademie Leeuwarden werden er gehouden. Studenten bouwden hiervoor audiovisuele installaties, waarin beeld, geluid en omgeving samenkwamen. De studenten kregen in DOD alle ruimte om te experimenteren en te groeien.

Culturele kruisbestuiving

In het buurpand (nr. 7) hebben diverse kunstenaars hun atelier. Hielkes wens is dat DOD kan bijdragen aan hun culturele kruisbestuiving. Theatermakers kunnen hier decorbouwers ontmoeten, muzikanten kunnen in contact komen met vormgevers. Zo’n platform wil DOD zijn. Zijn werk in DOD noemt Hielke ‘integer creatief bezig zijn.’ Integer is dat mensen zich op hun gemak moeten voelen, met elkaar samenwerken en elkaar nooit iets opleggen. De mensen die het pand gebruiken mogen hem alles vragen. Maar er zijn grenzen. Mensen gebruiken het gebouw soms te ruig, omdat ze denken dat het toch plat gaat. Hielke wijst hen dan ook terecht. Het pand moet netjes blijven.

De toekomst voor DOD is onduidelijk. Zolang die onzeker is, werkt Hielke als programmeur aan deze broedplaats voor bestaande en nieuwe kunstontwikkelingen. Kunstenaars ontmoeten elkaar en ontplooien zich. Het artistieke netwerk en de creatieve kruisbestuivingen vormen het niet-tastbare resultaat van DOD. Hoe lang dit kan voortduren is onbekend. Voorlopig kan Groningen gebruik maken en genieten van deze bijzondere creatieve werkplaats.

zaterdag 19 februari 2011

Het laatste uur van een schoolgebouw

Soepel draait de Berlingo de parkeerplaats van CareX af. We rijden via de Hereweg naar de Schoolstraat. Ik zit naast een van de CareX-medewerkers. Vandaag loop ik met hem mee. Hij doet zijn werk deels op kantoor en deels in de buitendienst. Van achter zijn bureau onderhoudt hij het contact met pandeigenaren en bewoners. Noodzakelijk werk, maar minder leuk dan het werk op locatie, in en om de stad.

Forumkwartier

Laverend door het stadsverkeer vertelt hij over het schoolgebouw dat we gaan bezoeken. Tot voor kort zaten de leerlingen van het Werkmancollege in de school. Nu de nieuwe afdeling van die school klaar is, heeft het gebouw zijn functie verloren. Omdat het in het Forum-kwartier staat, is sloop wat rest. Tot duidelijk wordt wanneer het Forum doorgaat, beschermt CareX het pand tegen verval en leegstand. CareX regelt de tijdelijke bewoning. Voor het zo ver was, bood de oude school nog even ruimte aan de door brand verwoeste basisscholen uit de buitenwijken. Maar de laatste leerlingen vertrokken zijn, gaat het pand zijn laatste fase in. De Berlingo parkeren we op de stoep, achter de CareX-bus die daar al staat. Met een van de vele sleutels die aan zijn sleutelbos hangt, opent mijn gids de zijingang van de school.

Klusgeluiden in school

Via een klein gangetje, staat we ineens in de hal van het gebouw. Een lege school klinkt hol. De geur van puberzweet hangt nog in de lucht. Er klinken luide klusgeluiden: een boormachine maakt een gesprek onmogelijk. Twee man installeren een keukenblok in de oude conciërgerie. Waar ooit proefwerken uit het kopieerapparaat rolden, worden binnenkort eenpansgerechten bereid. De centrale hal, met glas en lood en majestueuze uitgesleten trap, ademt nog onderwijs uit. De laatste schoolposters hangen nog boven de jassenhaakjes.

Juf Nienke was here

We wachten tot alle kandidaten voor woonruimte binnen zijn. Als we compleet zijn, lopen we de lokalen langs. Op de deuren staan de namen van de groepen en van de juffen (juf Nienke zat in lokaal 1). In bijna elk lokaal hangt een schoolbord, op sommige borden zijn instructie en voorbeeldsom nog te lezen. Op de muur siert een getallenlijn de ruimte. De klaslokalen zijn leeg. En zo moeten ze ook weer worden afgeleverd bij vertrek. Wil je wat gaan verbouwen dan kan dat alleen in overleg met de Technische Dienst. De kandidaat-bewoners kijken de CareX-man aan. Verbouwen? Het gaat hun niet om een bouwproject, maar om betaalbare ruimte in de binnenstad. Ze kunnen niet wachten om hun spullen het lokaal in te brengen.

Douchen op de gang

Aan het eind van de gang zijn de toiletten. Een van de toiletjes is omgebouwd tot douche. De boiler is net aangesloten, de roodbruine tegels ogen nieuw. Met zijn zessen een douche delen, het kon minder. Elke stap in de gang krijgt een echo. De betegelde wanden dragen de sporen van jarenlange gebruik. Met nadruk onderstreept de CareX-man dat de gang geen opslagplaats van spullen mag worden. Geen fietswrakken, oude computers, winkelwagentjes of rolkoffers. Bij brand is de gang de vluchtroute; die moet vrij van obstakels zijn. De vluchtroute gaat diagonaal door het achterste lokaal. Daar is de nooduitgang. De bewoner van dat lokaal moet twee hoeken vrij houden. Voordeel bij brand: je staat zo buiten.

Uitzicht op het zuiden

De groep sloft over de trap naar boven. We sjokken als tweedeklassers naar de tweede verdieping. Daar in een rustige hoek van het gebouw, verliest een van de kijkers haar hart aan het aardrijkskundelokaal. Tevreden kijkt ze uit de ramen: uitzicht op het zuiden en net hoog genoeg om over de rode pannendaken van de binnenstad te kijken. Nu pas valt op hoe oud dit stukje stad is. Aan de andere kant van het schoolplein staat een pakhuisje dat met gemak uit de zestiende eeuw kan komen. Groningen weet de pareltjes goed te verbergen. De jongedame is in haar nopjes met de ruimte. Op de trap overlegt ze nog wat zakelijke dingen met de CareX-man.

Wijze mannen en het Forum

Hoe lang kan ze hier blijven wonen? Dat is altijd de vraag bij CareX. In het Dagblad van het Noorden van vandaag stond een artikel over de commissie van Wijze Mannen. Zij moeten het Forum uit het politieke slop halen. Tot die tijd kan de school aan de voet van de Martini nog worden bewoond. Een schoolgebouw in reservetijd.

Op de stoep voor de school staat de Berlingo zonder bekeuring naast onderhoudsbus van CareX. We stappen in en gaan op weg naar het volgende pand. Nog voor het eerste stoplicht rolt de achtergrond van het volgende CareX-project door de cabine.

http://www.groningerarchieven.nl/cms/upload/hv-1-3-2005.jpg schoolstraat 1960

http://www.groningerarchieven.nl/content.php?hoofd_id=3&sub_id=45&subsub_id=49&hofman_id=77

donderdag 10 februari 2011

Wonen in een klooster: Merwedestraat

 

Bijzondere locaties

Wonen bij CareX betekent wonen op bijzondere locaties. Een kantoor, een school of een klooster, het kan je overkomen. In het zuiden van de stad, in de rivierenbuurt is in de jaren vijftig veel gebouwd. Achter de Parkweg verrees ten tijde van de wederopbouw een wijk met bescheiden flatgebouwen, onder- en benedenwoningen en enkele half-vrijstaande gezinswoningen. Tegenwoordig begrenzen de ringweg en de uitloop van de A-28 de wijk.

Nonnen in de stad

Ooit was dit een rand van de stad. Het is dan ook niet gek dat hier in 1958 een klooster werd gebouwd, Mariënholm. Het bood plaats aan de Congregratie van Zusters van Onze Lieve Vrouw van Amersfoort. Zij legden zich toe op parochiewerk en het geven van huishoud- en kleuteronderwijs. De beschermheilige van de zusters was Maria. Vanaf 1906 waren de zusters gehuisvest aan het AKerkhof 22. In ’58 verhuisden zij naar de nieuwbouw aan de Merwedestraat. Aan het klooster was een huishoudschool (St. Bernadette) verbonden. School en klooster werden ontworpen door architect Jan Mol in de Bossche Stijl. Het klooster is opgeheven in 1994 en staat nu op de gemeentelijke monumentenlijst. In de afgelopen jaren fungeerde het pand als centrum voor asielzoekers. Later werd het aangekocht om verslaafden op te vangen. Die opvang is nooit gerealiseerd. Carex beheert het pand nu.

Samenwonen in een klooster

Ik ken de Merwedestraat, jarenlang fietste ik van mijn huis in de Weijert naar het station. Het klooster passeerde ik talloze malen, maar ik had het nooit opgemerkt. Waarschijnlijk komt dat doordat de hoofdingang met klokkentoren haaks op de Merwedestraat staat. Nu ik de tijd neem om het gebouw van buiten te bekijken vallen mij de kerkramen pas op. Naast de voordeur zie ik een plaquette uit ’58. Een herinnering aan de opening. De deur wordt geopend door de hoofdbewoonster. Ze gaat mij voor door de smalle betegelde gang. Mijn rondleiding begint in een deel van wat ooit de eetzaal is geweest. Nu woont mijn gastdame er met haar vriend. Computer en tv staan aan. DVD’s en studieboeken in de kast, luie banken en een fraai uitzicht op de binnentuin.

CareX: way of life

Ze wonen al jaren in panden van CareX. Het is een way of life geworden. De onzekerheid van het verhuizen weegt minder zwaar dan de relatief lage woonlasten. De ruimte en vrijheid die de panden bieden zijn ook aantrekkelijk. Voor het klooster zaten ze in een schoolgebouw. Met een deel van die bewoners trokken ze naar de Merwerdestraat. Veel studenten en enkele kunstenaars, van krap twintig tot bijna veertig. Ooit zal er een eind komen aan deze levenswijze; het is moeilijk voor te stellen een geregeld leven met baan en kinderen te leiden in een pand als dit. Maar voorlopig voldoet het uitstekend.

Het gebouw is om de patio heen gebouwd. De gang verbindt als een rode draad alle kamers met elkaar. Toiletten en douches stammen uit de periode dat de asielzoekers hier zaten. Ook de kamers zijn toen op maat gemaakt. Mijn gidsen laten de achtertuin zien. Regelmatig organiseert het huis hier tuinfeestjes. Met de buren wordt vooraf contact opgenomen. De aanvankelijke scepsis over de tijdelijke bewoners is met de tijd wel weggesleten.

klooster merwedestraat
Kunst in de kerkzaal

Op de begane grond is er weinig dat aan het religieuze verleden van het pand doet herinneren. Dat is anders op de eerste verdieping. Boven de eetzaal is namelijk de kerkzaal. De banken zijn er uit. Maar in het hoge vertrek domineren de gebrandschilderde ramen. De religieuze voorstellingen ogen modern, nog net figuratief. Het altaar staat nog op zijn plaats, naast de deur hangt het wijwaterbakje. Boven het altaar is de afdruk van het kruisbeeld te zien. Het religieuze symbool is verwijderd. We staan een moment stil voor twee hardhouten deuren: het biechthokje. Welke zonden zijn hier opgebiecht? De stoelen staan in een halve kring. Gisteravond repeteerde hier nog een koor. Ook oefenen soms muzikanten in de kerk. De akoestiek zorgt voor een mooi effect. Theater te Water heeft de ruimte gebruikt om de wintervoorstelling te maken. Een fotograaf hield onlangs zijn photoshoot in de kerk. En de Vrije School heeft ooit examens afgenomen in dit vertrek. De functie van de ruimte is geheel gewijzigd in de loop der jaren. Alhoewel, op oudejaarsdag werd de Sacred Dance georganiseerd. Men danste die avond voor de wereldvrede.

Klokkenluiden kan niet meer

Als we de kerkzaal uitlopen, word ik gewezen op een lange stalen kabel die uit het plafond komt. Boven ons bevindt zich de klokkenkamer. Helaas afgesloten. Natuurlijk kan ik het niet laten en ik trek aan de kabel. Er klinkt geen enkele klok. Logisch. De buurt zou gek worden van mensen zoals ik die de aandrang tot het klokken luiden niet kunnen onderdrukken. We kijken nog even in de keuken. Het langgerekte kook-blok met diverse gastoestellen doet denken aan een kooklokaal. Voor de asielzoekers is de keuken zo aangelegd dat meerdere mensen tegelijk kunnen koken. Voor de huidige groep is het handig en goed schoon te houden.

Zusters op zoek naar vroeger

Heel af en toe komt er nog een oud-bewoner langs. Oudere dames die hier als zuster hebben gediend, bellen aan om herinneringen op te halen. Het moet een vreemde gewaarwording zijn om het decor van je verleden zo aan te treffen. Ongewenst bezoek is er weinig. Net als in andere grote panden met veel bewoners en bezoekers is zaak de deuren goed af te sluiten. Voor je het weet is je fiets uit de gang weg. Echt spannende avonturen zijn hier niet beleefd. Die spanning was er wel toen mijn gidsen een oppasklus voor CareX deden. In een net vrijgekomen pand, een soort magazijn, brachten zij, gewapend met een stevige zaklantaarn en een slaapzak, een nacht door. Regelmatig moesten ze een ronde door het pand doen. In een onbekend gebouw klinkt elk geluid verdacht. Wat dat betreft is het in het klooster rustig en veilig. Zoals het ook hoort in een klooster.

 

 

bekijk de foto via deze link: http://news.webshots.com/photo/2138337870027251524KmmpeU 

foto klooster nu

donderdag 27 januari 2011

Werktheater Moi, Naberpassage

Naberpassage

Ik loop door de Naberpassage op weg naar mijn afspraak. De passage is een restje van de jaren zeventig. Overdekte winkelstraten leken de toekomst. In Groningen bouwde men de Frigge-, de Willem Lodewijk- en de Naberpassage. Het succes bleef uit. De overdekte openbare ruimtes met smalle doorgangen en nisjes trokken niet alleen winkelend publiek aan. De onveiligheid heerste en verpaupering dreigde. Toch kende de Naberpassage zo zijn charme: het kwam uit op een open binnenplein met grote bomen. Op het plein merkte je de stadsdrukte nauwelijks. Door het terras van het Feithhuis en het restaurantje De Naberhof leefde het plein. Maar het beton en de bakstenen uit de seventies overheersten de sfeer. Het gebied achter de oostwand van de Grote Markt gaat in de komende jaren op de schop. Als het financieel gaat lukken, verrijst hier het Groninger Forum. Tot die tijd lijkt het gebied tot stilstand gekomen.

Edith en Jen

De Naberhof is gesloten, CareX beheert het pand. In de etalage waar de menu’s hingen, maakt Werktheater Moi nu reclame. Binnen zitten in een kring de spelers op de grond. Zij doen een spel waarbij ze met hun ogen dicht moeten ontdekken wie de bal heeft. Degene in het midden moet het raden. Ingespannen doen ze mee. Ik neem plaats aan een houten picknicktafel. De toog van het restaurant staat er nog altijd. Verder oogt het hier als een theater: tegen de wand creatieve versieringen en decorstukken, een zelfgemaakt houten podium en gekleurde spots aan het plafond.

De deur gaat open. Edith en Jen komen binnen. Aan tafel vertellen ze over hun Werktheater. Moi biedt dagbesteding aan voor jongeren rond de twintig met een geestelijke beperking. Moi daagt de jongeren uit om theater te maken, te bewegen en te groeien als mens. Een dramadocent werkt met een groep van zeven á negen spelers aan een productie. Ze doen oefeningen voor de warming up, leren hoe ze duidelijker kunnen spreken en ontdekken hun sterke kanten. Op die sterke kanten worden ingezet. Moi kijkt naar de mogelijkheden van de spelers. Er is aandacht voor het individu en het groepsproces. Veiligheid staat voorop.

Een veilige plek

De plek is veilig. Het pleintje werd in de zomer veel gebruikt door de spelers. Ze kennen de omgeving en de vaste passanten. Edith vertelt hoe belangrijk de plek ook voor haar is geweest. Jaren had ze een baan in de zorg. De bureaucratie, de regels en het eeuwige vergaderen was ze beu. Ze begon haar Werktheater klein, met een speler, in een buurtcentrum. Ze moest telkens alles wat ze gebruikte opruimen. Ze zocht naar een vaste plek om haar droom te verwezenlijken.

Een telefoontje naar CareX resulteerde in die eigen plek. Zomer 2009 bood CareX haar de Naberhof aan. Het eerste bezoek voelde meteen goed. Het pand is ruim genoeg om meerdere spelers te begeleiden. Na een forse schoonmaakbeurt, geholpen door vrienden en bekenden, begon het echte theaterwerk. Voor de inrichting bestond geen budget. Toch is alles er gekomen. Edith merkte dat ze met haar project enthousiasme los maakte bij anderen. Mensen wilden graag meewerken aan het slagen van haar theater. Sommigen brachten spullen voor de inrichting, anderen boden hun diensten aan. Zo ontdekte ze de basis van haar ondernemersstijl: zoek kansen om elkaar aan te vullen; durf je vraag te stellen en je zult zien dat men je wilt helpen.

De W.A. Scholtenstraat

De periode in de Naberpassage zit er bijna op. Het pand van CareX zorgde voor lage vaste kosten. Met CareX valt goed samen te werken. De korte lijnen en de informele sfeer in beide organisaties sluiten goed aan. Begin januari 2011 openen Edith en Jen hun Werktheater op een nieuwe locatie: het voormalige gebouw van de Sociale Dienst aan de W.A. Scholtenstraat. Samen met Nijestee ontwikkelden zij een plan voor een vaste plek voor hun Werktheater. Met twee theatervloeren, kantoorruimte en een magazijn kunnen zij hun succes borgen. Nijestee, vanuit een maatschappelijke verantwoordelijkheid opererend, investeert in de verbouw van het gebouw en biedt een gunstig huurcontract. Geleidelijk kan het bedrijf Moi zich ontwikkelen tot een volwaardige onderneming. De CareX-fase was in dat proces van grote waarde. Zo kon het theater groeien en zich bewijzen.

Ondernemen

Jen legt uit welke poten hun bedrijf kent. Naast de gelden die spelers inbrengen (uit PGB of vergoedingen uit de zorginstellingen) verdient Moi met theaterlessen aan het onderwijs (speciaal of regulier). Ook is er een mogelijkheid om in wijkprojecten te participeren of assessements in een theaterjasje aan te bieden. De projecten moeten geld opbrengen, maar het plezier moet vooropstaan. Sfeer is belangrijk, net als het persoonlijke contact.

Ook in het zakendoen is dit leidend. De twee vrouwen geven voorbeelden van hoe zij samen met andere partijen iets voor elkaar kunnen betekenen. Toen de buurman van het Feithuis een door de spelers gemaakte poster met een levensmotto wilde hebben, betaalde hij het niet met geld. Het eetfestijn dat hij daarop organiseerde voor de spelers, zorgde voor een stevige onderlinge band. Ook met de leiding van het Forum is zo een relatie ontstaan. Een boom die alvast werd gekapt voor de bouw van het Forum, is door de spelers bewerkt en aangeboden aan de Forum-directeur. Dit kan leiden tot een bijdrage in de inrichting van het nieuwe theater. Als je je vraag maar op de juiste plek neerlegt, blijkt er vaak veel mogelijk, dat is de les van Moi.

Menselijke maat

Als het gesprek is beëindigd lopen we door het theater. De drama-docente zit alleen met een van de speelsters. De afspraak met de taxi die haar naar huis zou brengen is fout gelopen. Ze is even boos, maar de aandacht van de Moi-mensen beurt haar op. Het is mooi te zien dat de twee theaterondernemers, ondanks de drukte van de komende verhuizing, alle tijd nemen om het meisje gerust te stellen. Hier draait het ten slotte om: samen met elkaar.

dinsdag 18 januari 2011

Een oase van glas in een gymzaal

Julianaschool

In het oude deel van Hoogkerk, vlak aan het Hoendiep, staat een voormalig schoolgebouw, de Julianaschool. In de periode 1914-1915 is deze tweede openbare school van Hoogkerk gebouwd. Ooit krioelde het hier van de kinderen. De tegeltableaus met spelende jongens en meisjes die nog aan de gevel prijken, zie ik als ik mijn fiets tegen het schoolhek zet. De sneeuw die de afgelopen nacht is gevallen, ligt ongerept op het plein. Een school zonder kinderen oogt ontzield.

 

Peter Verroen

Het gebouw wordt beheerd door CareX. Een van de gebruikers is Peter Verroen. In de oude gymzaal heeft hij zijn werkplaats. Hij werkt hier met glas. Twee meterslange tafels staan midden in de ruimte. Op de linker staan tientallen plastic boterkuipjes met daarin op kleur gesorteerd glas. Kleine stukjes glas, in allerlei vormen. Het materiaal komt overal vandaan. Hier krijgt het glas een nieuwe bestemming. De andere tafel vormt het hart van de werkplaats. Hier is Peter bezig met ‘maken’. Hij noemt zichzelf geen kunstenaar. Daaraan kleven teveel associaties en connotaties. Die ballast wil Verroen niet. Hij schept niet, hij maakt. Op de ochtend dat ik hem bezoek maakt hij van kleine stukjes glas een bolle vorm waarin een lamp zal komen. De gekleurde glasstukjes voorziet hij van folie. Vervolgens componeert Peter intuïtief een patroon. Later soldeert hij dat op de piepschuimen mal tot een geheel.

 

Glas

We lopen door de werkruimte. Het is een lichte zaal met een hoog plafond. Radio Vier staat aan; Verroen vertelt over zijn universum. De buitenwereld is ver weg. De glazen objecten vertellen zijn strijd. Peters verhalen rollen over me heen. Hij dribbelt tussen de tafels door. Doordringend kijkt hij me geregeld in de ogen. Plots, in de vuur van zijn betoog, verheft hij zijn stem. Om zijn gevoel te onderstrepen gebaart hij fel of pakt hij mij vast aan mijn schouder. Dan doet hij een pas terug en zwijgt.

 

ijsgraf

Glazen ‘schilderijen’ in lijsten van ruw afvalhout staan rond de werktafels. Een prominente plaats in zijn atelier nemen drie ronde ramen in die rusten in houten staanders. In elk glas-in-lood raam staart het kindergezicht van een Eskimo je aan. Het is een foto in glas van een kind dat gevonden werd in een ijsgraf. Het ijzige gezicht wordt omzoomd door kleurig glasmozaïek. Elke standaard draagt een tekst. Het gaat wederom over de strijd met het leven.

 

Apenkooi

In zijn werkplaats voelt Peter zich als een kind. Ooit speelden de kinderen hier, slingerden ze zich door de apenkooi. Het beeld past bij hem. Voor hem geen systemen met regels voor spelling of rekenen, maar spelenderwijs ontdekken hoe iets gemaakt moet worden. Zijn ambacht leerde hij door te doen. Via een bevriende glazenier kwam hij in contact met het glas. Bij hem kreeg hij zijn eerste werkplaats, op de zolder. Later belandde hij per toeval bij CareX. Hij waardeert de oprechte belangstelling die hem daar ten deel viel. Aan het Eemskanaal bood CareX hem een fabriekshal. Hij viel voor het licht en de ruimte. In de fabriek maakte hij metershoge ramen. De schrik was enorm toen hij er uit moest. Al snel kreeg hij van CareX een vervangende plek. De school in Hoogkerk paste meteen als een jas. Het is zijn territorium. Vanuit de stad fietst Peter bijna dagelijks naar zijn werkplek. Hij gaat van de drukte naar de rust. ’s Avonds, als hij naar huis gaat kijkt hij vaak nog even om zich heen, in verwondering, blij dat dit op zijn pad is gekomen.

 

buitenwereld

Ik spreek mijn verwondering uit als hij vertelt dat hij zijn werk nauwelijks deelt met anderen. Het is een persoonlijke kwestie. Maar ook een praktische: het organiseren van tentoonstellen, verkopen en het netwerken leidt af van het wezenlijke dat Peter drijft. De behoefte om zijn werk te delen met de buitenwereld is klein, al begint die wel te groeien. Dat zijn glas mensen kan raken, emotioneert hem. Wellicht dat hij in de toekomst gasten langs zijn glazen verhalen zal rondleiden. De buitenwereld zal versteld staan. Voor ik vertrek kijk ik nog een keer rond in de oase van gekleurd glas. Dan sta ik weer buiten; de sneeuw is kleurloos.

Klik hier voor het werk van Peter Verroen

klik hier voor afbeelding van het gebouw

donderdag 25 november 2010

CareXtoria gaat van start

Op deze plek zal binnenkort CareXtoria verschijnen. Het zullen verhalen worden over de mensen achter CareX, bewoners en medewerkers. Waar mensen samenwerken om de leegstand voorbij te gaan, ontstaan bijzondere situaties en contacten. Het zou jammer zijn als deze opvallende verhalen in de vergetelheid zouden raken. Vandaar dit initiatief. Wekelijks verschijnt op deze plek een aflevering van CareXtoria.

De verhalen op CareXtoria zijn de weerslag van mijn bezoeken aan het bedrijf. Om aan verhalen te komen, loop ik mee in het bedrijf. Op kantoor en op pad met de buitendienst verzamel ik informatie voor de verhalen.

Het geheel aan verhalen levert een inkijkje op achter schermen van CareX. Een bijzonder bedrijf met bijzondere mensen.

Albert-Jan Bosch