CareX stelt zich ten doel om leegstand te vervangen door maatschappelijk, zinvol gebruik. Leegstand is nergens goed voor, tijdelijke bewoning en tijdelijke werkruimte voegen waarde toe aan de samenleving. Op deze blog verschijnen regelmatig reportages over opmerkelijk gebruik van de panden van CareX. De artikelen zijn geschreven door Albert-Jan Bosch. (boschrijft)



http://www.carex.nl/



Posts tonen met het label nijestee. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nijestee. Alle posts tonen

maandag 14 maart 2011

Trefkoel: trefpunt van kunstenaars

 

Kijk hier voor meer foto's van de Trefkoel

Bij Paddepoel denk je niet meteen aan kunstenaars en ateliers. Toch is daar  een plek waar de kunst zich samenbalt. In de Trefkoel, het oude wijkcentrum met bibliotheek en kerkzaal beheert CareX de  veelsoortige ruimtes. Het gebouw staat tussen het winkelcentrum en een woonwijk. Bewoners lopen via de patio van de Trefkoel naar het winkelgebied. Ik zoek tevergeefs naar de ingang. Als ik zijn 06 bel, staat in mum van tijd Wouter Nijland voor mijn neus. Hij is hoofdbewoner en zal mij rondleiden. ‘Een grand tour,’ zoals hij het noemt. Maar eerst koffie. De sleutel die aan een koord om zijn nek hangt, zal hij nog bij veel deuren gebruiken vanmiddag. De eerste deur die hij voor mij opent leidt naar zijn woonvertrek.

 
Niet pluis

Aanvankelijk was het op dit binnenplein niet pluis, vertelt Wouter. Onder de overkapping stonden drugsgebruikers en hun dealers. De scootertjes reden af en aan. Samen met de wijkagent heeft Wouter ze voortdurend aangesproken en met zachte dwang weten weg te krijgen. ‘Zo konden de vrouwelijke bewoners na een avondje stappen veilig hun woning binnenkomen.’ Voor de buurt was het ook prettig te merken dat de tijdelijke bewoning van de Trefkoel de verloedering van het gebied tegenhield. De opknap beurt die de pandbewoners aan de gevel gaven, viel ook in goede aarde bij de buren. Ze poetsten de graffiti weg  en gaven de grote wandoppervlakken een frisse kleur. Eigenaar Nijestee liet de vele kapotte ruiten vervangen. Nu staat het complex er weer strak bij. Wouter speelt met het idee een open ateliermiddag te organiseren, later in het jaar.

Kunst in de kerk

Als de koffie gedronken is, neemt hij mij mee naar de voormalige kerkzaal. Met de stichting HaViK is recentelijk in de grote ruimte iets moois gerealiseerd. Met twee-en-half meter hoge schotten is de zaal opgedeeld in halfopen werkplaatsen. Zo’n zes kunstenaars kunnen hier aan het werk. Alles is zo gemaakt dat het makkelijk op te pakken valt en elders weer op te bouwen is. Enkele plekken zijn al in gebruik. CareX,  HaViK en de gemeente hebben dit initiatief gezamenlijk ondernomen om meer ateliers in de stad te krijgen. Wouter vertelt over een plan om een gastkunstenaar onderdak en werkruimte te bieden in de Trefkoel. Alles past in Wouters ideaal om kunstenaars met elkaar in contact te brengen. Het samenbrengen is goed voor de inspiratie en uitwisseling van ideeën en middelen. Bij de verbouw is gedacht aan de grote materialen die soms nodig zijn voor de kunstwerken; de bestaande deuren zijn vergroot door boven de ingang een opklapbaar schot te monteren.

Torrentverbod

De sleutel aan het nekkoord wordt weer gebruikt voor de deur die toegang geeft tot de trap naar de eerste verdieping. Aan de westkant van de Trefkoel wonen zo’n dertig mensen in de voormalige kantoren. De gang is lang, elke deur is opgepimpt met attributen en posters. Halverwege hangt een router, met talloze internetkabels. ‘We hebben een netwerk, een van de bewoners is daar goed in, maar er heerst wel een torrentverbod, anders ligt het systeem voortdurend plat.’ In een wc-blok is de douche gemaakt. Een loodgietende medebewoner heeft een stortdouche geïnstalleerd. Aan het eind van de gang is het ketelhuis. De enorme kachel moet elke week bijgevuld worden om de juiste waterdruk te houden. Vanuit de stookruimte dalen we een trap af en we staan weer op het plein.

Artistieke rust en inspiratie

Wouter laat zien hoe netjes de gevel er na de verfbeurt uitziet. In het zuidelijke deel van de Trefkoel zit de kunstenaar Salustiano Martha. Samen gluren we door de ramen naar binnen. Grote beelden staan opgesteld. Hier worden  workshops gehouden, ook voor buurtgenoten, vertelt Wouter. Heel anders dan in de tijd voordat CareX het beheer overnam van een kraakwacht. De deels ook gekraakte Trefkoel was jarenlang een troosteloze, onrustige plek. Nu heersen er artistieke rust en inspiratie.
Wouter neemt mij mee naar zijn werkruimte. Waar ooit de bibliotheek zat, is nu het domein van meerdere kunstenaars ontstaan. Twee schilders en een decorontwerper delen de ruimte. Elk vertrek ademt een eigen sfeer uit. De decorontwerper heeft rekken vol kledingstukken en rekwisieten. De ateliers van de twee schilders staan vol doeken, schildersezels en werktafels vol kwasten, verftubes en schetsen. Aan de wanden hangen werken die klaar zijn. Wouter laat enkele van zijn doeken zien en legt uit hoe hij te werk gaat. Van zijn werk kan hij nog niet leven. Hij zoekt naar zijn stijl. Door de ruimte en de lage kosten kan hij dat in alle rust doen. Hij experimenteert en keurt nog regelmatig dingen af.

nieuwbouw op oude grond

De grand tour sluiten we af in de vertrekken van ontwerpstudio die Marc Petstra en Jack Brandsma delen. Jack is interieurontwerper. Zijn felgekleurde lampen en trendy kapstokken met magneetophanging domineren de presentatieruimte. De houten blokkasten en stoeltjes zijn van Marc, de andere vormgever. Jack toont zijn ontwerpen die hij maakt voor de woontoren die gepland is op de plek van de Trefkoel. Met verwijzingen naar het oude verleden van Paddepoel (een oude terp) bedacht hij het ontwerp voor ornamenten die de balkons zullen gaan sieren, als hij zijn opdrachtgevers kan overtuigen. In de werkplaats werkt hij aan de presentatiemodellen.
Ik vraag of het niet vreemd is bezig te zijn met het ontwerp van de nieuwbouw. Dat betekent immers dat de ruimtes van Jack, Wouter en de anderen verdwijnen zullen. Als antwoord krijg ik een mooie levensles. ‘‘Wij zijn niet bezig met hoeveel tijd we nog hebben om hier te zitten, maar we kijken naar hoelang we hier hebben kunnen werken en leven.’ Jack weet waar hij het over heeft: al tien jaar gebruikt hij als studio tijdelijke ruimtes. ‘De eerste duizend euro hoef ik niet te factureren,’ rekent hij voor als we het over de lage kosten hebben.

Wouter leidt mij naar de uitgang van de Trefkoel. Hij roemt nog een keer de kruisbestuiving die hier heerst. De voorbeelden van artistiek hergebruik lijken oneindig aan de Zonnelaan. Aan het eind van de middag loop ik door winkelcentrum Paddepoel met mijn hoofd vol verhalen en beelden terug naar mijn auto. Het contrast met de Trefkoel kan niet groter zijn. Bij Paddepoel denk ik vanaf nu vooral aan kunst.

 

http://www.trefkoel.org/
http://www.salustianomartha.nl/
http://www.jackbrandsma.com/#fresh
http://www.acmemodel.nl
http://cultuuringroningen.blogspot.com/2010/04/bewoners-knappen-gezamenlijk-de.html
http://www.wijkraadpaddepoel.nl/aktiviteiten/agenda/details/1729-doe-mee-dagen-atelier-zonneschijn.html

donderdag 27 januari 2011

Werktheater Moi, Naberpassage

Naberpassage

Ik loop door de Naberpassage op weg naar mijn afspraak. De passage is een restje van de jaren zeventig. Overdekte winkelstraten leken de toekomst. In Groningen bouwde men de Frigge-, de Willem Lodewijk- en de Naberpassage. Het succes bleef uit. De overdekte openbare ruimtes met smalle doorgangen en nisjes trokken niet alleen winkelend publiek aan. De onveiligheid heerste en verpaupering dreigde. Toch kende de Naberpassage zo zijn charme: het kwam uit op een open binnenplein met grote bomen. Op het plein merkte je de stadsdrukte nauwelijks. Door het terras van het Feithhuis en het restaurantje De Naberhof leefde het plein. Maar het beton en de bakstenen uit de seventies overheersten de sfeer. Het gebied achter de oostwand van de Grote Markt gaat in de komende jaren op de schop. Als het financieel gaat lukken, verrijst hier het Groninger Forum. Tot die tijd lijkt het gebied tot stilstand gekomen.

Edith en Jen

De Naberhof is gesloten, CareX beheert het pand. In de etalage waar de menu’s hingen, maakt Werktheater Moi nu reclame. Binnen zitten in een kring de spelers op de grond. Zij doen een spel waarbij ze met hun ogen dicht moeten ontdekken wie de bal heeft. Degene in het midden moet het raden. Ingespannen doen ze mee. Ik neem plaats aan een houten picknicktafel. De toog van het restaurant staat er nog altijd. Verder oogt het hier als een theater: tegen de wand creatieve versieringen en decorstukken, een zelfgemaakt houten podium en gekleurde spots aan het plafond.

De deur gaat open. Edith en Jen komen binnen. Aan tafel vertellen ze over hun Werktheater. Moi biedt dagbesteding aan voor jongeren rond de twintig met een geestelijke beperking. Moi daagt de jongeren uit om theater te maken, te bewegen en te groeien als mens. Een dramadocent werkt met een groep van zeven á negen spelers aan een productie. Ze doen oefeningen voor de warming up, leren hoe ze duidelijker kunnen spreken en ontdekken hun sterke kanten. Op die sterke kanten worden ingezet. Moi kijkt naar de mogelijkheden van de spelers. Er is aandacht voor het individu en het groepsproces. Veiligheid staat voorop.

Een veilige plek

De plek is veilig. Het pleintje werd in de zomer veel gebruikt door de spelers. Ze kennen de omgeving en de vaste passanten. Edith vertelt hoe belangrijk de plek ook voor haar is geweest. Jaren had ze een baan in de zorg. De bureaucratie, de regels en het eeuwige vergaderen was ze beu. Ze begon haar Werktheater klein, met een speler, in een buurtcentrum. Ze moest telkens alles wat ze gebruikte opruimen. Ze zocht naar een vaste plek om haar droom te verwezenlijken.

Een telefoontje naar CareX resulteerde in die eigen plek. Zomer 2009 bood CareX haar de Naberhof aan. Het eerste bezoek voelde meteen goed. Het pand is ruim genoeg om meerdere spelers te begeleiden. Na een forse schoonmaakbeurt, geholpen door vrienden en bekenden, begon het echte theaterwerk. Voor de inrichting bestond geen budget. Toch is alles er gekomen. Edith merkte dat ze met haar project enthousiasme los maakte bij anderen. Mensen wilden graag meewerken aan het slagen van haar theater. Sommigen brachten spullen voor de inrichting, anderen boden hun diensten aan. Zo ontdekte ze de basis van haar ondernemersstijl: zoek kansen om elkaar aan te vullen; durf je vraag te stellen en je zult zien dat men je wilt helpen.

De W.A. Scholtenstraat

De periode in de Naberpassage zit er bijna op. Het pand van CareX zorgde voor lage vaste kosten. Met CareX valt goed samen te werken. De korte lijnen en de informele sfeer in beide organisaties sluiten goed aan. Begin januari 2011 openen Edith en Jen hun Werktheater op een nieuwe locatie: het voormalige gebouw van de Sociale Dienst aan de W.A. Scholtenstraat. Samen met Nijestee ontwikkelden zij een plan voor een vaste plek voor hun Werktheater. Met twee theatervloeren, kantoorruimte en een magazijn kunnen zij hun succes borgen. Nijestee, vanuit een maatschappelijke verantwoordelijkheid opererend, investeert in de verbouw van het gebouw en biedt een gunstig huurcontract. Geleidelijk kan het bedrijf Moi zich ontwikkelen tot een volwaardige onderneming. De CareX-fase was in dat proces van grote waarde. Zo kon het theater groeien en zich bewijzen.

Ondernemen

Jen legt uit welke poten hun bedrijf kent. Naast de gelden die spelers inbrengen (uit PGB of vergoedingen uit de zorginstellingen) verdient Moi met theaterlessen aan het onderwijs (speciaal of regulier). Ook is er een mogelijkheid om in wijkprojecten te participeren of assessements in een theaterjasje aan te bieden. De projecten moeten geld opbrengen, maar het plezier moet vooropstaan. Sfeer is belangrijk, net als het persoonlijke contact.

Ook in het zakendoen is dit leidend. De twee vrouwen geven voorbeelden van hoe zij samen met andere partijen iets voor elkaar kunnen betekenen. Toen de buurman van het Feithuis een door de spelers gemaakte poster met een levensmotto wilde hebben, betaalde hij het niet met geld. Het eetfestijn dat hij daarop organiseerde voor de spelers, zorgde voor een stevige onderlinge band. Ook met de leiding van het Forum is zo een relatie ontstaan. Een boom die alvast werd gekapt voor de bouw van het Forum, is door de spelers bewerkt en aangeboden aan de Forum-directeur. Dit kan leiden tot een bijdrage in de inrichting van het nieuwe theater. Als je je vraag maar op de juiste plek neerlegt, blijkt er vaak veel mogelijk, dat is de les van Moi.

Menselijke maat

Als het gesprek is beëindigd lopen we door het theater. De drama-docente zit alleen met een van de speelsters. De afspraak met de taxi die haar naar huis zou brengen is fout gelopen. Ze is even boos, maar de aandacht van de Moi-mensen beurt haar op. Het is mooi te zien dat de twee theaterondernemers, ondanks de drukte van de komende verhuizing, alle tijd nemen om het meisje gerust te stellen. Hier draait het ten slotte om: samen met elkaar.