Ondertussen heb ik al heel wat gezien in de panden die CareX beheert. Overal zag ik de vindingrijkheid van mensen die in niet alledaagse gebouwen hun wonen en werken. Ik blijf me verwonderen over de creativiteit en het aanpassingsvermogen van de bewoners. Vandaag zal ik van beide weer voorbeelden zien.
Op een zonnige winterse donderdagmiddag rijd ik mee met een van de medewerkers van CareX. Hij moet wat inspecties doen in panden. We rijden eerst naar De Hoogte. In deze noordelijke wijk voert woningbouwvereniging ‘De Huismeesters’ een grootschalige renovatie uit. In deze twintiger jaren wijk moeten wij in de Hermanstraat zijn. Aan de noordkant van de straat zijn bouwvakkers bezig met de vervanging van de daken. De huizen krijgen betere warmte- en geluidsisolatie. Het karakter van de huizen blijft ongewijzigd. De andere kant van de straat is nog niet onder handen genomen. Wel zijn de bewoners al verhuisd; sommigen zullen terugkeren. Zolang de verbouw hier nog niet gestart is, zorgt CareX voor tijdelijke bewoners. Een deel van deze mensen heeft zo op diverse plekken in de Hoogte gewoond; de bouwvakkers volgen hun spoor. CareX regelt dit proces. Het idee is dat zolang de huizen bewoond blijven, ook al is het tijdelijk, er geen vandalisme gepleegd wordt. De wijk blijft zo leefbaar.
Er moet gecontroleerd worden of de voorlopige bewoners hun woonplek netjes hebben opgeleverd. De bouwvakkers moeten kunnen starten zonder eerst te moeten opruimen. Van één adres is doorgegeven dat het niet helemaal volgens de afspraken is achtergelaten. We lopen langs de huizenrij en kijken af en toe door de ramen naar binnen. In al de woonkamers zijn de ruwe vloeren zichtbaar. Wanden zijn hier en daar geverfd, maar meestal voorzien van lichtgekleurde behangetjes. Geen raam is ingegooid, nergens is graffiti te zien. In het huis waar we moeten zijn, is het netjes. We moeten goed zoeken naar wat er eigenlijk mis. Alle vloeren zijn kaal, de wanden ook. Uiteindelijk concluderen we dat het gaat om een stuk vloerbedekking op de overloop. De laatste tijdelijke bewoner zal dat nog even moeten weghalen. Door de bemoeienis van CareX kan de renovatie in De Hoogte zonder verstoringen plaatsvinden.
De volgende plek op onze route is een bedrijventerrein tussen de Oosterhamrikkade en de Korreweg. Aan de Antillenstraat komen we voor een groot bedrijfspand te staan. VESPRO staat in blauwe letters op de gevel. De loods wordt verhuurd als opslag. Degelijke sloten belemmeren de toegang. Aan de loods zit kantoorruimte vast. Hier wonen op de eerste etage mensen. Nog altijd hangt het bordje ‘directie’ op een van de deuren. Onder de woonvertrekken is het voormalige magazijn. Daar is een repetitieruimte
gekomen. De tussenwanden zijn voorzien van geluidsisolatie. Twee jongens verslepen hun apparatuur en instrumenten. De overige ruimte dient voor optredens. Tussen het bescheiden podium en een van sloophout getimmerde bar is een meisje bezig de vloer te dweilen. Doel van ons bezoek is te kijken of er geen onveilige situatie is. De vluchtwegen zijn vrij gehouden en er hangen groene nooduitgangbordjes. Het komende optreden kan veilig plaatsvinden.
Opnieuw ben ik verbaasd. Inventief heeft men hier een plek gecreëerd waar ongestoord muziek kan worden gemaakt. Als ik later achter mijn laptop op internet zoek naar ‘Vespro’ en ‘Antillenstraat’ zie ik tal van verwijzingen naar de muzikale uitspattingen in de Vespro-loods. Ik leer namen kennen als ‘Artificial Audio’, ‘Tides from Nebula’, ‘June in December’ en ‘Channah’. Het podium op de Antillenstraat is opnieuw een bewijs dat CareX bijdraagt aan de versterking van het alternatieve cultuurklimaat in de stad Groningen. Door de bemoeienis van CareX in De Hoogte en in de Antillenstraat blijven deze plekken leefbaar.

Bij Paddepoel denk je niet meteen aan kunstenaars en ateliers. Toch is daar een plek waar de kunst zich samenbalt. In de Trefkoel, het oude wijkcentrum met bibliotheek en kerkzaal beheert CareX de veelsoortige ruimtes. Het gebouw staat tussen het winkelcentrum en een woonwijk. Bewoners lopen via de patio van de Trefkoel naar het winkelgebied. Ik zoek tevergeefs naar de ingang. Als ik zijn 06 bel, staat in mum van tijd Wouter Nijland voor mijn neus. Hij is hoofdbewoner en zal mij rondleiden. ‘Een grand tour,’ zoals hij het noemt. Maar eerst koffie. De sleutel die aan een koord om zijn nek hangt, zal hij nog bij veel deuren gebruiken vanmiddag. De eerste deur die hij voor mij opent leidt naar zijn woonvertrek.
overkapping stonden drugsgebruikers en hun dealers. De scootertjes reden af en aan. Samen met de wijkagent heeft Wouter ze voortdurend aangesproken en met zachte dwang weten weg te krijgen. ‘Zo konden de vrouwelijke bewoners na een avondje stappen veilig hun woning binnenkomen.’ Voor de buurt was het ook prettig te merken dat de tijdelijke bewoning van de Trefkoel de verloedering van het gebied tegenhield. De opknap beurt die de pandbewoners aan de gevel gaven, viel ook in goede aarde bij de buren. Ze poetsten de graffiti weg en gaven de grote wandoppervlakken een frisse kleur. Eigenaar Nijestee liet de vele kapotte ruiten vervangen. Nu staat het complex er weer strak bij. Wouter speelt met het idee een open ateliermiddag te organiseren, later in het jaar.
Als de koffie gedronken is, neemt hij mij mee naar de voormalige kerkzaal. Met de stichting HaViK is recentelijk in de grote ruimte iets moois gerealiseerd. Met twee-en-half meter hoge schotten is de zaal opgedeeld in halfopen werkplaatsen. Zo’n zes kunstenaars kunnen hier aan het werk. Alles is zo gemaakt dat het makkelijk op te pakken valt en elders weer op te bouwen is. Enkele plekken zijn al in gebruik. CareX, HaViK en de gemeente hebben dit initiatief gezamenlijk ondernomen om meer ateliers in de stad te krijgen. Wouter vertelt over een plan om een gastkunstenaar onderdak en werkruimte te bieden in de Trefkoel. Alles past in Wouters ideaal om kunstenaars met elkaar in contact te brengen. Het samenbrengen is goed voor de inspiratie en uitwisseling van ideeën en middelen. Bij de verbouw is gedacht aan de grote materialen die soms nodig zijn voor de kunstwerken; de bestaande deuren zijn vergroot door boven de ingang een opklapbaar schot te monteren.
De sleutel aan het nekkoord wordt weer gebruikt voor de deur die toegang geeft tot de trap naar de eerste verdieping. Aan de westkant van de Trefkoel wonen zo’n dertig mensen in de voormalige kantoren. De gang is lang, elke deur is opgepimpt met attributen en posters. Halverwege hangt een router, met talloze internetkabels. ‘We hebben een netwerk, een van de bewoners is daar goed in, maar er heerst wel een torrentverbod, anders ligt het systeem voortdurend plat.’ In een wc-blok is de douche gemaakt. Een loodgietende medebewoner heeft een stortdouche geïnstalleerd. Aan het eind van de gang is het ketelhuis. De enorme kachel moet elke week bijgevuld worden om de juiste waterdruk te houden. Vanuit de stookruimte dalen we een trap af en we staan weer op het plein. 



