CareX stelt zich ten doel om leegstand te vervangen door maatschappelijk, zinvol gebruik. Leegstand is nergens goed voor, tijdelijke bewoning en tijdelijke werkruimte voegen waarde toe aan de samenleving. Op deze blog verschijnen regelmatig reportages over opmerkelijk gebruik van de panden van CareX. De artikelen zijn geschreven door Albert-Jan Bosch. (boschrijft)



http://www.carex.nl/



Posts tonen met het label sloop. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sloop. Alle posts tonen

dinsdag 6 september 2011

Suikerveld, leegte aan het Hoendiep

Vanaf de westelijke ringweg heb je een prima zicht over het terrein van de voormalige suikerfabriek. Ik reed er de afgelopen maanden regelmatig langs. Snel keek ik uit de auto om te kunnen zien hoe ver de sloop van de suikerfabriek was gevorderd. Op de Peizerweg had ik een plekje gevonden, naast de parkeerplaats van Gamma, waar ik met mijn neus tegen het hekwerk kon kijken naar de vorderingen van sloopbedrijf Jager. De krachtige kranen, de rode vrachtwagens en mannen met veiligheidshelmen trokken voortdurend mijn aandacht. Vanaf het Hoendiep, nabij het tankstation, heb ik ook staan kijken; ik heb zelfs overwogen de trein naar Leeuwarden te nemen om nog beter te kunnen zien naar de onttakeling van dit karakteristiek stuk Groninger industrieel erfgoed.

Elke Stadjer kent de bietengeur, de lucht die het najaar aankondigde. De start van de campagne stemde elk jaar weer weemoedig. Het luidde het einde in van de lichte periode van het jaar. Zodra de bietenwagens over de A28 en A7 naar de stad denderden, en over de rotonde bij Martiniplaza de westelijke ring opreden, op weg naar de CSM of Suikerunie, was het gebeurd met de zomer. Soms werd je op je fiets ingehaald door zo’n bietenwagen. Als je pech had gebeurde dat ter hoogte van een regenplas. De bietenwagens waren vaak zo vol geladen dat er bieten afvielen. In de berm op de rotonde lagen de bietenresten tot in de volgende lente. Als een stille waarschuwing: wacht maar, de schoorsteen gaat snel weer walmen.

Maar de Groninger lucht is vorige winter verschoond gebleven van de weeë geur van suikerbieten. De witte rookpluim, die met zuidwestelijke wind over de stad geblazen werd, verscheen niet boven Groningen. De suikerfabriek sloot en werd gesloopt. De schoorsteen werd op een vroege zondagochtend met dynamiet gevloerd. Daarna ging het snel. Nu staat er in de grote lege vlakte een klein stenen schoorsteen-restant, met twee gebouwen erbij: het zeefgebouw en een voormalig kantoorgebouw.

Aan de koffie in de kantine van Bureau CareX vertelt Wesley, man van de buitendienst, dat hij een klein klusje moet verrichten op het Suikerveld. Ik veer op, schuif onrustig op mijn stoel heen en weer. Als hij vraagt of ik zin heb om mee te gaan, knik ik gretig. We schuiven mijn fiets in zijn onderhoudsbus en gaan op weg. Wesley vertelt enthousiast over de omvang van het terrein. Het gebied strekt met de vloeivelden tot aan Hoogkerk. Met een brommertje heeft hij het veld verkend. Hij geniet nog na van het ruige landschap. Onder de ringweg door, ter hoogte het Augustinuscollege, passeren we de slagboom. We rijden een terrein op dat kaal is, waar steengruis is gestort en enkele plassen liggen.

Nu pas zie ik hoe leeg dit stuk stad is. Je waant je in een polder. Hier liggen mogelijkheden voor de stad om iets bijzonders te doen. Het is nog onbekend wat er gaat gebeuren met de vlakte. Komt er woningbouw? Krijgt het een winkelbestemming of verrijst er een sportstadion? Dat zal pas blijken over een jaar of vijftien. CareX heeft voorlopig het beheer over het terrein en de gebouwen gekregen. De gemeente organiseert een prijsvraag rond de tijdelijke invulling. CareX doet daar in mee, met professionele partners die van wanten weten.

Het zeefgebouw, waar de bieten uit de vrachtwagens via een lange transportband in terechtkwamen, is niet zo maar toegankelijk. Wesley rijdt mij om het gebouw heen. Het grote gebouw wordt 'De Klont' genoemd en het naastgelegen kantoorpand 'Het Klontje'. De bakstenen muren en de motieven in het metselwerk ogen robuust. Opvallend veel raampartijen. Wesley wijst op kwetsbare delen. De bovenste etage is door de sloop beschadigd geraakt. Voorzichtigheid is geboden. Aan de muren is goed te zien hoe de fabriek ooit is uitgebreid. Het gebouw is nu teruggebracht tot de kern. Allerlei aanbouwen zijn verwijderd, al blijven in de muren de aanhechtingen zichtbaar. Samen met de kleine schoorsteen is het een industrieel monument in wording.

Of het kantoorgebouw een monumentale status krijgt, lijkt onwaarschijnlijk. Het is wel een goed bruikbaar pand. Tot zeer recent was het in gebruik, als werkplaats en kantine voor de slopers. . Wesley heeft er een flinke klus aan gehad om de diverse ruimten van stroom en water te voorzien. In het midden van de tweede etage loopt een gangpad. De wandjes tussen gang en kantoren zijn van multiplex met ramen die met ondoorzichtige plastic zijn afgeplakt. In de kantoortjes treffen we gaatjesplafonds aan en tl-bakken aan buisjes. Aan de wand hangt een zwarte klok. We lopen door de gang naar Dimitri, de eerste bewoner van dit pand. Als vanzelf krijgen we een Goedesmorgens-neiging en ook andere Jiskefet-kantoorhumor komt vanzelf naar boven. De kantoren zijn door de vele ramen zonnig en licht. Maar, vraag ik Dimitri, hoe griezelig is het hier ‘s avonds om te wonen? De kale vlakte om het kantoor heen, de kille snelweg en het donkere Hoendiep als afbakening, ogen overdag, ondanks de zon, onguur. Hoe zal dit ’s avonds zijn? Hij reageert nuchter. ‘Als er mensen komen die rotzooi trappen is de politie zo gebeld.’ Voor alsnog is er niets gebeurd.

De bewoner zal het pand deels gebruiken als atelier. Zeer binnenkort krijgt hij gezelschap van drie medebewoners . Helaas heeft hij moeten accepteren dat een deel van zijn kamer, met machtige inbouwkast, niet gebruikt mag worden als woonruimte. De brandweer heeft gecontroleerd en kwam met voorschriften. De hoek met het mooiste uitzicht (op de torens van de stad) mag geen woonfunctie hebben. Hij ligt te ver af van de vluchttrap. Al weten we alle drie dat veiligheid belangrijk is, zeker bij brandgevaar, voelen we mee met de pechvogel. Die kijkt straks in zijn kamer tegen een scheidingswand aan. Al kletsend bedenken we alternatieven.

Dimitri wordt niet warm of koud bij het idee dat hij deze week nog alleen op zo’n groot terrein is. Hij is blij met zijn stekkie. Het is ruim en goedkoop. En op de koop toe: uniek. Gedrieën lopen we via het trappenhuis naar beneden. Massieve metalen treden waarop onze schoenen galmend weerklinken. Wesley klaart zijn klusje in het gebouw. Hij vraagt of ik nog lang wil blijven, maar merkt meteen dat ik mee wil naar de volgende locatie. Samen rijden we naar Haren.

 

Prijsvraag Suikerunieterrein

dinsdag 12 juli 2011

De Oude LTS in Winschoten komt weer tot leven

Ook buiten de stad Groningen neemt CareX panden in beheer. Vandaag verlaat ik de stad en reis af naar Winschoten. Daar is sinds een jaar de Oude LTS onder de hoede van CareX. Vlakbij het station is een nieuwe locatie (V)MBO verrezen. De Campus herbergt het technisch, verzorgend en consumptieve onderwijs in deze regio. Tot voor kort werden de lessen verzorgd op de Poststraat. Onbekend in Winschoten als ik ben, parkeer ik op goed geluk op een pleintje in een negentiende-eeuwse wijk. De woningen ademen nog iets van grandeur uit. Volgens de aanwijzingen moet hier ergens de Oude LTS te vinden zijn. Als ik wat ronddwaal, valt het op dat er veel is weggebroken in het centrum van Winschoten. Er is veel open ruimte. Na ettelijke braakliggende terreinen en parkeerpleinen kom ik uit voor het gebouw van de Oude LTS.

Om in een CareX-pand binnen te komen is een mobiel onmisbaar. ‘Bel me maar even als je voor de deur staat, dan open ik wel,’ had Luuk Verpaalen mij gemaild. Luuk is de hoofdbewoner die mij alles zal vertellen over de technische school. Ik weet dat als hij ons telefoongesprekje heeft beëindigd, het een tijdje zal duren eer hij bij de voordeur is; de routes in CareX-gebouwen zijn lang. Terwijl ik wacht, bekijk ik de voorkant van de oude ambachtsschool. Het is een imposant gebouw met een langgerekte bakstenen gevel en metalen raamkozijnen. Opvallend netjes staat het gebouw erbij. De sponningen van de voordeur zijn oranje geverfd, merkwaardig modern in dit naoorlogse uiterlijk. Op de gevel is in reliëf afgebeeld in welke vakken je je hier kon bekwamen: timmeren, metaalbewerking, die weet ik er uit te pikken.

Luuk gaat mij voor door de gangen. Lang en betegeld, dus galmend, is de gang die ons op de tweede verdieping leidt naar zijn woonruimte. De aaneengeschakelde lokalen op de hoek van het pand zijn slim ingericht. Met een enorme boekenkast en een barretje – dat uit het gesloopte noodgebouw werd gered – heeft Luuk een afscheiding gemaakt. Links van de boekenwand wordt gewerkt en bezoek ontvangen, rechts wordt ontspannen, getuige het biljart en de luie banken. Luuk rondt zijn kennismakingsgesprek af met een kunstenaar die binnenkort in de oude LTS een atelier gaat betrekken. Als de jongen is vertrokken steekt Luuk van wal.

Luuk had nooit gedacht dat hij in Winschoten zou gaan wonen. Jarenlang leefde hij in Groningen, waar hij een café dreef en een druk leven in cultureel Groningen leidde. ´Maar´, zegt hij als hij tevreden rondkijkt in zijn ruime vertrek, ´toen ik hier binnenkwam, wist ik dat dit het was. Als ik nu met de trein vanuit de stad hierheen ga, dan voelt het als naar huis gaan. Er heerst hier rust.´

Hij vertelt dat hij meteen de potentie van de oude school zag. Al snel begreep hij dat er in Winschoten geen goede plek is voor creatieve initiatieven. Een goedkoop atelier voor kunstenaars, of ruimte voor bandjes en zang- of toneelgroepen om te repeteren ontbreekt er. Ook moet Winschoten het stellen zonder filmzaal. Luuk staat niet alleen met zijn ideeën. In de lokale politiek begon de herbestemming van het gebouw ook te leven. De Verenigde Communisten namen het voortouw en stelden een plan op om het gebouw te gebruiken voor creatieve doeleinden. In hun voorstel aan de gemeenteraad van Oldambt riepen zij op de oude LTS niet te slopen. De LTS moest niet alleen dienen als kunstvoorziening, maar ook als woonplek en als locatie voor startende bedrijfjes.

Om het bestaansrecht van het idee te staven, organiseerde men op 5 maart j.l. een open dag. De dag stond in het teken van ‘Zo kan het worden.’ Het liep storm, vertelt Luuk. Mensen stonden om 9 uur al voor de deur. Deels uit nostalgie, uit heimwee naar de schooljaren, deels uit nieuwsgierigheid naar de mogelijkheden. Luuk had zich ingesteld op enkele tientallen bezoekers, maar werd overvallen door de toeloop. Eigenlijk was hij de hele dag bezig met het inschrijven van mogelijke ateliergebruikers. De burgemeester van Oldambt kwam en hield een toespraak waarin hij de toekomst van de oude LTS hoopvol beschreef. De open dag heeft de plannenmakerij in een stroomversnelling gebracht. De wethouder en de raad zijn positief om van de Oude LTS een creatief knooppunt te maken. Er wordt druk overlegd in Winschoten.

Ondertussen staat het schoolgebouw niet leeg. Luuk leidt mij rond. Omdat het een technische school is geweest zijn diverse lokalen modelwerkplaatsen, groot en robuust. In een lokaal richt een man en een vrouw tussenwandjes op. Binnenkort gaan ze hier wonen. In een ander lokaal worden de Social Sofa’s gemaakt. Twee mannen bekleden betonnen bankjes met mozaïeken van kleine gekleurde steentjes. Verderop in het gebouw zijn twee begeleiders van de NOVO bezig met een groep jongeren. Zij maken van hout manshoge beelden. De jongeren hebben de ridders en jonkvrouwen met veel kleur zelf ontworpen. Hun fantasierijke kunstwerken zijn bestemd voor de tuin en de inrichting van een opvanghuis in Wedde.

Ooit leerden leerlingen in dit gebouw hoe zij moesten koken. De keuken is deels onttakeld. Luuk betreurt het want hier hadden kookworkshops gehouden kunnen worden. Hij neemt me mee naar de eerste verdieping. In een voormalig vaklokaal heeft hij zijn meterslange legertent opgezet. De tent moet drogen en opgeknapt worden. Met de tent wil hij festivals langsgaan. Vorig jaar stond hij op Habana in Nijmegen, tijdens de feestelijke activiteiten van de Vierdaagse. Het voorste deel van de tent is bestemd voor optredens, achterin komt de bar. Hij hoopt er dit jaar mee op Noorderzon en Oerol te verschijnen. Onder de tentkamer is de voormalige kantine. Daar zou Luuk zijn theatercafé willen vestigen. Een podium voor kleine theaterproducties, filmvoorstellingen en na afloop een drankje. Enthousiast staat hij naar de nog lege kantine te kijken. De schade die brandstichting een jaar geleden aanrichtte is bijna verholpen. Binnenkort komt er een nieuwe vloer in.

Binnenkort. Het woord is vaak gevallen tijdens mijn bezoek. Luuk is druk bezig met de tijdelijke invulling van het pand. Ook hier is sprake van de leegstand voorbij. Doordat CareX er bij betrokken werd, is het gebouw nieuw leven ingeblazen en is het nadenken over een nieuwe functie van de ruimte verbreed. Als het aan Luuk ligt, blijft het niet bij nadenken. Hij zet zich in om van het verlaten schoolgebouw weer een bruisend geheel te maken. Net als ooit hier met honderden scholieren het leven in de gangen en lokalen stroomde, zal binnenkort de creatieve stroom gaan vloeien. Winschoten gaat wat beleven. Binnenkort.

http://www.inhetoldambt.nl/lts

http://www.dvhn.nl/nieuws/groningen/article6703539.ece/Stormloop-in-oude-LTS-Winschoten

http://www.youtube.com/watch?v=V3V7lxsnCsM

http://www.gemeente-oldambt.nl/index.php?mediumid=37&pagid=2655&stukid=20753

http://www.vcp.nu/nieuws/LTS_Zo_Kan_Het_Worden_Dag_groot_succes.htm